De grandioze nationale parken van Zweden

Essentieel voor de Zweedse nationale parken is dat ze bezoekers ontvangen. En dus zijn de meeste erg toegankelijk gemaakt, mogelijk met uitzondering van het nationale park Sarek in Laponia, een vruchtbare wildernis van 2.000 vierkante kilometer. Verder is het de wandelschoenen aan, de rugzak op en lopen maar. Je moet het echt een keer doen.

Je vindt de nationale parken van Zweden over het hele land. Ze zijn in het trotse bezit van de hoge alpiene toppen, toendra’s en gletsjers van het uiterste noorden tot de wat vriendelijker klimaten van Midden-, Zuidoost- en Zuidwest-Zweden, met hun golvende bergen en heuvels, “Hans en Grietje”-bossen, steile kusten en archipels die een juweeltje op zich zijn.

Laponia

Als eenzaamheid en wildernis je aanspreken, dan is Laponia, dat op de lijst met Werelderfgoederen van de Unesco staat, de plaats waar je moet zijn. Laponia is het voorouderlijk huis van de Samische bevolking van Zweden en binnen zijn grenzen liggen de nationale parken Muddus, Padjelanta, Sarek en Stora Sjöfallet. Deze vier parken vormen bij elkaar een gigantisch gebied van 9.400 vierkante kilometer, met hoge alpiene toppen, diepe dalen, berkenbossen, toendra’s, watervallen, steenvelden en schuimende gletsjerrivieren. Elanden, lynxen, veelvraten en de bedreigde poolvos zwerven tegen de achtergrond van het noorderlicht door deze regio. De meeste kans dat laatste te zien heb je in maart/april.

Midden-Zweden

Verder naar het zuiden, in het midden van Zweden, beginnen de Zweedse bergen, een keten die zich over een afstand van 1.000 kilometer uitstrekt naar het uiterste noorden. Hier vind je de beren van Sånfjället, de reusachtige keien van Töfsingdalen en de maagdelijke bossen van Fulufjället in het westen.

Tyresta, nabij Stockholm

Het nationale park Tyresta daarentegen ligt maar 20 km ten zuidoosten van Stockholm. Dit is een onbetreden woud van 400 jaar oud, dat in een uniek, kaal en rotsachtig klovenlandschap ligt. Het wordt omgeven door bossen en meren en er ligt een oud dorp in, dat een belangrijk cultureel aspect aan het landschap verleent.

Gotska Sandön: eiland in de Oostzee

Als je vanaf Stockholm in zuidoostelijke richting de Oostzee opgaat, kom je uit bij Gotska Sandön. Dit is het meest afgelegen eiland in de Oostzee. En wat voor een eiland. Het bestaat bijna alleen uit zandduinen en lange stranden, met een dennenbos dat boven de duinen uitkijkt over een onwaarschijnlijk blauwe zee. Door de stormen en de van tijd tot tijd hoge waterstanden waarmee het eiland geconfronteerd wordt, verandert de kustlijn voortdurend en ontstaan er kleine baaitjes of schiereilanden. Het eiland is bewoond en heeft een interessante geschiedenis. Daarvan getuigen de gebouwen, met name de kerken ter plaatse.

Stenshuvud in Zuid-Zweden

Veel verder naar het zuiden vind je ‘Stenshuvud', oftewel ‘het hoofd van Sten’. Volgens de plaatselijke folklore woonde er ooit een reus in de grot Giddastaun. Het ‘hoofd’ is in werkelijkheid een heuvel van 97 meter hoog, die uitziet over de Oostzee en vanwaar je op een heldere dag fantastisch uitzicht hebt op het Deense eiland Bornholm. Het is door zeelieden eeuwenlang gebruikt als baken en het is nu een van de nationale parken van Zweden.

De flora en fauna bieden hier talloze soorten, inclusief de Europese boomkikker, de hazelmuis, de wielewaal en heel af en toe een eland. Je vindt er ook een aantal orchideeën en de zeer zeldzame waldsteinia. Langs de kaap is een populair badstrand.

Van noord tot zuid en van oost tot west, Zweden heeft nationale parken die op je bezoek wachten.

Advertenties:

Community of Sweden.com


Related member stories


Populaire foto's

A part of the official gateway to Sweden